Geïntegreerd Gewasbeheer

Geïntegreerd Gewasbeheer

Wat is het, hoe werkt het en waarom is het nodig?

Achtergrond

Duurzame productie, met blijvend economisch perspectief voor de land- en tuinbouw

De uitvinding en toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen (en kunstmeststoffen) vanaf de 20e eeuw heeft veel voordelen opgeleverd in de land- en tuinbouw, zoals hogere voedselopbrengsten en meer zekerheid voor boeren. Gaandeweg is er echter ook meer aandacht gekomen voor de impact van bepaalde chemische gewasbeschermingsmiddelen op milieu en gezondheid.

Dit heeft in Nederland (en daarbuiten) geleid tot steeds strengere  beoordelingscriteria van gewasbeschermingsmiddelen. Het steeds kleinere pakket aan beschikbare beschermingsmiddelen leidt tot toenemende risico’s voor de gewassen en een behoefte aan vernieuwende methoden voor het beheersen van ziekten, plagen en onkruiden.

Zowel internationaal (o.a. de Europese Van-Boer-tot-Bord-strategie/Farm-to-fork-strategy  en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties) als in Nederland zijn daarom programma’s opgezet waarin overheden en stakeholders zich gezamenlijk inzetten voor nieuwe, duurzame (toekomstbestendige) vormen van landbouw. 

Zo richt de Nederlandse Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zich op een transitie waarbij planten en teeltsystemen intrinsiek weerbaarder worden, zodat deze minder (kunstmatige) bescherming behoeven. Dit met als doel om zowel de plant als de omgeving gezond te houden, met behoud van economisch perspectief voor de boer. Centraal in de uitvoering van deze visie staat het toepassen van een geïntegreerde aanpak.

Lees op deze pagina meer over geïntegreerd gewasbeheer / integrale gewasproductie (internationaal bekend als Integrated Crop Management, afkorting: ICM), samen met integrale gewasbescherming (Integrated Pest Management / IPM) de voornaamste methode voor gewasbescherming waarbij de impact op productie, economie en omgeving wordt afgewogen.

Achtergrond

Duurzame productie, met blijvend economisch perspectief voor de land- en tuinbouw

De uitvinding en toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen (en kunstmeststoffen) vanaf de 20e eeuw heeft veel voordelen opgeleverd in de land- en tuinbouw, zoals hogere voedselopbrengsten en meer zekerheid voor boeren. Gaandeweg is er echter ook meer aandacht gekomen voor de impact van bepaalde chemische gewasbeschermingsmiddelen op milieu en gezondheid.

Dit heeft in Nederland (en daarbuiten) geleid tot steeds strengere  beoordelingscriteria van gewasbeschermingsmiddelen. Het steeds kleinere pakket aan beschikbare beschermingsmiddelen leidt tot toenemende risico’s voor de gewassen en een behoefte aan vernieuwende methoden voor het beheersen van ziekten, plagen en onkruiden.

Zowel internationaal (o.a. de Europese Van-Boer-tot-Bord-strategie/Farm-to-fork-strategy  en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties) als in Nederland zijn daarom programma’s opgezet waarin overheden en stakeholders zich gezamenlijk inzetten voor nieuwe, duurzame (toekomstbestendige) vormen van landbouw. 

Zo richt de Nederlandse Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zich op een transitie waarbij planten en teeltsystemen intrinsiek weerbaarder worden, zodat deze minder (kunstmatige) bescherming behoeven. Dit met als doel om zowel de plant als de omgeving gezond te houden, met behoud van economisch perspectief voor de boer. Centraal in de uitvoering van deze visie staat het toepassen van een geïntegreerde aanpak.

Lees op deze pagina meer over geïntegreerd gewasbeheer / integrale gewasproductie (internationaal bekend als Integrated Crop Management, afkorting: ICM), samen met integrale gewasbescherming (Integrated Pest Management / IPM) de voornaamste methode voor gewasbescherming waarbij de impact op productie, economie en omgeving wordt afgewogen.

Toekomstvisie Gewasbescherming 2030

Weerbare plant- en teeltsystemen

Land- en tuinbouw verbonden met natuur

Nagenoeg zonder emissies en residuen

Definitie

Wat is geïntegreerd gewasbeheer / Integrated Crop Management (ICM)?

Geïntegreerd gewasbeheer betreft een duurzame methode voor het telen van gewassen, toegepast op bedrijfsniveau, met als doel het beperken van de negatieve impact op milieu, klimaat en biodiversiteit, met behoud van rentabiliteit en zekerheid voor boeren en de voedselproductie in het algemeen. Dit wordt met name bereikt door de behoefte aan externe input (bijvoorbeeld chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmeststoffen) zoveel mogelijk te verlagen. In plaats daarvan worden de doelen waarvoor deze middelen worden ingezet, zoveel mogelijk bereikt door alle relevante processen en factoren binnen het bedrijf optimaal op elkaar af te stemmen. Bij deze holistische (integrale) aanpak staat daarom kennis centraal – zowel lokale kennis van de boer als wetenschappelijke inzichten – zodat steeds de optimale keuzes gemaakt kunnen worden.

Geïntegreerd gewasbeheer wordt ook wel ‘integrale gewasproductie’ of ‘integrale teeltaanpak’ genoemd en is internationaal bekend als Integrated Crop Management. De meest gebruikte afkorting is het daarvan afgeleide ‘ICM’.

Integraal

Een ander woord voor integraal is ‘allesomvattend’. In een integrale aanpak wordt dan ook niet ieder onderdeel op zichzelf geregeld, maar alles wordt op elkaar afgestemd. Zo voorkom je dat verschillende activiteiten of doelen elkaar gaan tegenwerken of dat middelen worden verspild. 

Bij integrale gewasproductie is sprake van drie soorten ‘integraties’: 

  • Evenwicht tussen de doelstellingen (vb: minder milieu-impact maar ook voldoende opbrengst)
  • Combineren van methoden (vb: niet alleen chemische beschermingsmiddelen, maar ook biologische preventie)
  • Synergie tussen processen (vb: reststroom van één proces, voedt ander proces)

Definitie

Wat is geïntegreerd gewasbeheer / Integrated Crop Management (ICM)?

Geïntegreerd gewasbeheer betreft een duurzame methode voor het telen van gewassen, toegepast op bedrijfsniveau, met als doel het beperken van de negatieve impact op milieu, klimaat en biodiversiteit, met behoud van rentabiliteit en zekerheid voor boeren en de voedselproductie in het algemeen. Dit wordt met name bereikt door de behoefte aan externe input (bijvoorbeeld chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmeststoffen) zoveel mogelijk te verlagen. In plaats daarvan worden de doelen waarvoor deze middelen worden ingezet, zoveel mogelijk bereikt door alle relevante processen en factoren binnen het bedrijf optimaal op elkaar af te stemmen. Bij deze holistische (integrale) aanpak staat daarom kennis centraal – zowel lokale kennis van de boer als wetenschappelijke inzichten – zodat steeds de optimale keuzes gemaakt kunnen worden.

Geïntegreerd gewasbeheer wordt ook wel ‘integrale gewasproductie’ of ‘integrale teeltaanpak’ genoemd en is internationaal bekend als Integrated Crop Management. De meest gebruikte afkorting is het daarvan afgeleide ‘ICM’.

Integraal

Een ander woord voor integraal is ‘allesomvattend’. In een integrale aanpak wordt dan ook niet ieder onderdeel op zichzelf geregeld, maar alles wordt op elkaar afgestemd. Zo voorkom je dat verschillende activiteiten of doelen elkaar gaan tegenwerken of dat middelen worden verspild. 

Bij integrale gewasproductie is sprake van drie soorten ‘integraties’: 

  • Evenwicht tussen de doelstellingen (vb: minder milieu-impact maar ook voldoende opbrengst)
  • Combineren van methoden (vb: niet alleen chemische beschermingsmiddelen, maar ook biologische preventie)
  • Synergie tussen processen (vb: reststroom van één proces, voedt ander proces)
IPM ICM

Wat is het verschil tussen IPM en ICM?

Vanaf halverwege de 20e eeuw wordt het concept ‘geïntegreerde gewasbescherming’ (Integrated Pest Management / IPM) ontwikkeld. In deze aanpak komt gewasbescherming niet alleen voort uit chemische gewasbeschermingsmiddelen, maar wordt er ook gebruik gemaakt van biologische en mechanische methoden voor gewasbescherming. Dit vermindert de hoeveelheid benodigde chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Later wordt deze aanpak nog breder getrokken met geïntegreerd gewasbeheer (Integrated Crop Management / ICM). Hierbij worden niet alleen gewasbescherming, maar ook de andere aspecten van de teelt (zoals nutriëntenbeheer) meegenomen en op bedrijfsniveau op elkaar afgestemd. Het doel is het verlagen van de afhankelijkheid van alle externe hulpbronnen en grondstoffen binnen het bedrijf, zowel uit milieu- als economische overwegingen.

IPM is dus een (belangrijk) onderdeel van ICM dat zich richt op de gewasbescherming, maar kan ook losstaand worden uitgevoerd. 

Er wordt naast geïntegreerd gewasbeheer ook wel gesproken van geïntegreerde landbouw (Engels: Integrated Farming / IF). Het voornaamste verschil tussen beide termen is dat ICM wordt afgebakend bij de teelt van gewassen, terwijl IF ook andere activiteiten van het landbouwbedrijf, zoals veehouderij en/of nevenactiviteiten zoals recreatie, kan omvatten.

Wat is het verschil tussen IPM en ICM?

Vanaf halverwege de 20e eeuw wordt het concept ‘geïntegreerde gewasbescherming’ (Integrated Pest Management / IPM) ontwikkeld. In deze aanpak komt gewasbescherming niet alleen voort uit chemische gewasbeschermingsmiddelen, maar wordt er ook gebruik gemaakt van biologische en mechanische methoden voor gewasbescherming. Dit vermindert de hoeveelheid benodigde chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Later wordt deze aanpak nog breder getrokken met geïntegreerd gewasbeheer (Integrated Crop Management / ICM). Hierbij worden niet alleen gewasbescherming, maar ook de andere aspecten van de teelt (zoals nutriëntenbeheer) meegenomen en op bedrijfsniveau op elkaar afgestemd. Het doel is het verlagen van de afhankelijkheid van alle externe hulpbronnen en grondstoffen binnen het bedrijf, zowel uit milieu- als economische overwegingen.

IPM is dus een (belangrijk) onderdeel van ICM dat zich richt op de gewasbescherming, maar kan ook losstaand worden uitgevoerd. 

Er wordt naast geïntegreerd gewasbeheer ook wel gesproken van geïntegreerde landbouw (Engels: Integrated Farming / IF). Het voornaamste verschil tussen beide termen is dat ICM wordt afgebakend bij de teelt van gewassen, terwijl IF ook andere activiteiten van het landbouwbedrijf, zoals veehouderij en/of nevenactiviteiten zoals recreatie, kan omvatten.

IPM ICM

Kenmerken

Optimalisatie door kennis

Een hoofddoel van geïntegreerd gewasbeheer is het toekomstbestendig maken van land- en tuinbouw. Centraal staat hierbij het inzicht dat de ecologische en economische belangen op de langere termijn niet botsen, maar juist samenvallen. Deze aanpak richt zich daarom op behoud van de oogstkwaliteit over langere termijn. Een belangrijk middel hiervoor is het verminderen van de afhankelijkheid van externe hulpbronnen en grondstoffen, door integratie en optimalisatie van processen. Essentieel daarbij is de ontwikkeling en benutting van kennis. De insteek van geïntegreerd gewasbeheer is pragmatisch en niet ideologisch van aard, zodat methoden nooit op voorhand worden uitgesloten. 

Duurzaamheid

Duurzaamheid houdt in dat ook op de langere termijn voldoende voedsel met een goede voedingswaarde geoogst kan worden, zonder hiervoor teveel afhankelijk te zijn van externe (eindige) bronnen. Een gezond milieu, stabiel klimaat en veel biodiversiteit zijn hierin niet alleen een doel, maar ook een middel. Allen zijn namelijk nodig voor een weerbaar en stabiel agrarisch ecosysteem.

Economisch

Wanneer de risico's op oogstverlies door bijvoorbeeld ziekten en plagen te groot worden, zullen boeren niet meer in gewassen investeren. Ieder oogstverlies leidt bovendien tot verspilling. Om die reden wordt het gebruik van kunstmatige hulpstoffen niet uitgesloten. Uitsluitend sturen op korte termijn opbrengsten brengt echter ook risico's met zich mee, zoals resistentie tegen middelen, wegvallen van stoffen door wetgeving/opraken en uitputting van de bodem. De kern zit daarom in het terugdringen van de behoefte aan deze middelen en de negatieve neveneffecten van het gebruik hiervan, met behoud van zekerheden voor de voedselproductie.

Kennis

Kennis is nodig voor het maken van de juiste keuzes in de teelt. Zowel vooraf bij het bepalen van het juiste teeltplan, als tijdens de teelt door middel van uitgebreide monitoring. De specifieke eigenschappen per landbouwbedrijf kunnen zeer uiteenlopen, zodat naast wetenschappelijke kennis ook lokale kennis van de boer een grote rol speelt. Veel kennis moet nog vergaard worden. Daarbij is van belang dat alle verkregen inzichten zo breed mogelijk beschikbaar komen voor anderen binnen en buiten de sector.

Methoden

Hoe werkt geïntegreerd gewasbeheer in de praktijk?

Geïntegreerd gewasbeheer bestaat niet uit één panklare methode die op iedere situatie kan worden toegepast. De invulling bestaat altijd uit een combinatie van meerdere methoden die in samenhang het beste passen bij de lokale situatie waarin wordt gewerkt. Hierbij spelen allerlei factoren een rol, zoals de bodem, het klimaat, de aanwezige en benodigde voedingsstoffen, water, potentiële bedreigingen, etc. 

Er bestaan vele methoden binnen de landbouw, van eeuwenoud tot nog in ontwikkeling. Cruciaal om tot de juiste combinatie van methoden te komen is het beschikken over kennis, verkregen door monitoring en evaluatie, zodat de juiste balans tussen de methoden gevonden kan worden, en tijdig en passend bijgestuurd kan worden.  

Hieronder enkele facetten en bijbehorende voorbeelden van methoden die toegepast kunnen worden binnen een geïntegreerde teeltaanpak:

Voorbeelden

Gewasrotatie

Voorbeeld: Bieten hebben doorgaans last van schadelijke insecten, als zij geplant zijn op een perceel waar daarvoor gras lag. Zij volgen beter op uien.

Rassenkeuze

Voorbeeld: Aardappelrassen met een verhoogde resistentie tegen de schimmel Phytophtora Infestans, hebben meer natuurlijke weerbaarheid.

Bodembewerking

Voorbeeld: Niet-kerende grondbewerking (NKG) beschermt het bodemleven beter dan ploegen, wat leidt tot meer mineralen in de grond.

Bodemkwaliteit

Voorbeeld: Groenbemesting door middel van vlinderbloemigen verhoogt het stikstofgehalte in de bodem.

Stressreductie

Voorbeeld: Plantaardig aminozuur (een 'biostimulant') maakt planten weerbaarder tegen hitte/droogte.

Monitoring

Voorbeeld: aan de hand van opbrengstkaarten uit meetapparatuur kan plaats-specifieke bemesting (precisiebemesting) en gewasbescherming worden toegepast, in afgemeten hoeveelheden.

Beleidskader

Op weg naar 2030

In 2030 moet de land- en tuinbouw in Nederland bestaan uit een duurzame productie met
weerbare planten en teeltsystemen, waardoor ziekten en plagen veel minder kansen krijgen
en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk wordt voorkomen en de
biodiversiteit is verbeterd. Ook moet er een transitie plaatsvinden naar kringlooplandbouw, waarbij nutriënten en mineralen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Voorwaarden hierbij zijn het behouden van de productiekwaliteit en inkomen voor de boer.

Deze doelen zijn onderdeel van  de Europese ontwikkeling die beschreven staat in de Van-boer-tot-bord strategie, de Nederlandse toekomstvisie gewasbescherming 2030 en de kringloopvisie van de minister van LNV, en sluiten tot slot aan bij de ambities van het kabinet Rutte IV. 

De bouwstenen voor het behalen van deze doelen moeten voor een groot deel nog ontwikkeld worden. Hiervoor is het cruciaal dat bestaande en nieuwe (ICM-)methoden worden ontwikkeld en praktijkrijp worden gemaakt. 

Op weg naar 2030 zijn er in 2021 voor boeren nog maar 8 teeltjaren. Realiserend dat het teeltplan voor 2022 al klaar is, kunnen boeren nog maar 7 keer een teeltkeuze maken om te leren wat het effect van de maatregelen op milieu en hun inkomen is. In de ICM-pilot die op deze website wordt toegelicht lopen drie bedrijven twee jaar voor op de maatregelen. De opgedane kennis stellen zij graag ter beschikking aan de overheid om samen snel tot echte oplossingen te komen waarmee de impact van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu daadwerkelijk wordt verminderd.

Beleidskader

Op weg naar 2030

In 2030 moet de land- en tuinbouw in Nederland bestaan uit een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen, waardoor ziekten en plagen veel minder kansen krijgen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk wordt voorkomen en de biodiversiteit is verbeterd. Ook moet er een transitie plaatsvinden naar kringlooplandbouw, waarbij nutriënten en mineralen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Voorwaarden hierbij zijn het behouden van de productiekwaliteit en inkomen voor de boer.

Deze doelen zijn onderdeel van  de Europese ontwikkeling die beschreven staat in de Van-boer-tot-bord strategie, de Nederlandse toekomstvisie gewasbescherming 2030 en de kringloopvisie van de minister van LNV, en sluiten tot slot aan bij de ambities van het kabinet Rutte IV. 

De bouwstenen voor het behalen van deze doelen moeten voor een groot deel nog ontwikkeld worden. Hiervoor is het cruciaal dat bestaande en nieuwe (ICM-)methoden worden ontwikkeld en praktijkrijp worden gemaakt. 

Op weg naar 2030 zijn er in 2021 voor boeren nog maar 8 teeltjaren. Realiserend dat het teeltplan voor 2022 al klaar is, kunnen boeren nog maar 7 keer een teeltkeuze maken om te leren wat het effect van de maatregelen op milieu en hun inkomen is. In de ICM-pilot die op deze website wordt toegelicht lopen drie bedrijven twee jaar voor op de maatregelen. De opgedane kennis stellen zij graag ter beschikking aan de overheid om samen snel tot echte oplossingen te komen waarmee de impact van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu daadwerkelijk wordt verminderd.